De Schakel Logo
 

Kanjertraining

UITGEBREIDE INFORMATIE OVER DE KANJERTRAINING

De sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen vinden wij op de Schakel even belangrijk als de cognitieve ontwikkeling (het leren). Als een kind zich niet prettig voelt, zal hij/zij niet tot leren komen. Kinderen verlangen naar een schoolomgeving waarin ze zichzelf kunnen zijn en kunnen leren zonder gepest of uitgelachen te worden. Alle leerkrachten, ouders/verzorgers en mensen die bij de school betrokken zijn willen bijdragen aan een positief klimaat. Zij houden toezicht, praten met kinderen over hun gedrag en spreken hen erop aan. Een van de dingen die ook gedaan wordt is het promoten van goed gedrag en bewustmaken van soms onbedoeld verkeerd gedrag.

Deze werkwijze op de Schakel doen we met behulp van de ‘Kanjertraining’.
Het belangrijkste doel van de kanjertraining is dat een kind positief over zichzelf en de ander leert denken. Als gevolg hiervan heeft het kind minder last van sociale stress. Ook op langere termijn is dit effect merkbaar. Het blijkt dat kinderen na het volgende van de Kanjertraining zich beter kunnen concentreren op school en betere leerresultaten behalen.

De Kanjertraining werkt aan de hand van 4 typetjes, die door middel van een pet zichtbaar worden gemaakt. Bij elk typetje hoort een bepaald soort gedrag. Hierdoor krijgen kinderen snel inzicht in hun eigen en andermans gedrag.

Type Konijn: Het konijn is bang en stil. Hij vindt zichzelf waardeloos en vindt dat anderen alles beter en mooier kunnen. Het konijn vindt zichzelf zielig en weet niet hoe het de problemen moet oplossen. In de kanjertraining is dit de gele pet.

Type Pestvogel: De pestvogel vindt zichzelf heel goed en alle anderen waardeloos. Hij speelt de baas en vindt zichzelf stoer. De pestvogel heeft weinig respect voor anderen en zoekt het conflict op. In de training is dit een zwarte pet.

Type Aap: De aap is een uitslover en meeloper. Hij vindt zichzelf en anderen waardeloos. De aap is vaak te vinden in gezelschap van de pestvogel. De aap lacht anderen uit en denkt leuk gevonden te worden met grappen, vaak ten koste van anderen. In de training is dit de rode pet.

Type Tijger: De tijger wordt ook wel de kanjer genoemd. De tijger denkt positief over zichzelf en over anderen. Angst, agressie en humor zijn in dit type in evenwicht. De tijger lost de problemen goed op, kan gevoelens onder woorden brengen en zoekt op tijd hulp. In de training is dit de witte pet.

We maken bij de kinderen ook duidelijk onderscheid tussen de persoon en het gedrag.
Door bijvoorbeeld de vraag te stellen; 'Welke pet past bij hoe je nu doet?' koppel je het gedrag los. We zeggen ook niet: 'Je bent een pestvogel'. We zeggen wel: 'Je gedraagt je als een pestvogel'. Op deze manier corrigeren we het gedrag, zonder het kind het gevoel te geven dat het wordt afgewezen.

Bij de Kanjertraining horen vijf afspraken:

  • We vertrouwen elkaar.
  • We helpen elkaar.
  • Je speelt niet de baas.
  • We lachen elkaar niet uit.
  • Je bent niet zielig.

In het kort gaat het bij de Kanjertraining om:

  • Met Kanjertraining bieden we eenvoudige, heldere regels, die kinderen helpen
    en houvast bieden.
  • Met Kanjertraining geven we handvatten in sociale omgangssituaties.
  • De Kanjerlessen gaan uit van een positieve levensvisie en zijn toekomst- en oplossingsgericht voor zowel kinderen, leerkrachten en ouders.
  • Leerlingen leren positief over zichzelf en de ander denken. Het zou toch mooi zijn dat elk kind zich een Kanjer voelt!

Alle groepen op de Schakel krijgen kanjertraining en elke leerkracht is een gediplomeerd kanjertrainer!


1. Regel

Hieronder de regel waar wij als school voor staan wat pesten betreft:

Pesten is niet toelaatbaar en wordt bij ons op school niet geaccepteerd.
Wij hebben respect voor onszelf en de ander.



2. Definitie

2.1 Wat is pesten?
Iemand wordt gepest als iemand anders of een groep mensen vervelende/gemene opmerkingen maakt tegen een betrokken persoon. Het is ook pesten als iemand wordt geschopt, geslagen, bedreigd of buiten de groep wordt geplaatst. Als dat soort zaken regelmatig gebeurt en als het voor de betrokken persoon moeilijk is om zich te verdedigen, spreken we van pesten. Pestgedrag is schadelijk voor zowel slachtoffer als pesters.

De definitie van pesten wordt in het algemeen als volgt geformuleerd: systematisch mondeling en/of fysiek geweld van één of meer leerlingen ten opzichte van één of meer medeleerlingen, die niet meer in staat is/ zijn om zich te verdedigen.

Pesten richt zich tegen één persoon b.v.
“brillengek”; “slijmbal”; ” bruine keutel”; ”schijtert”; ”hé muts”.
Pootje haken; fietsbanden leeg laten lopen; omduwen bij het fietsen; rare bekken trekken.
Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

  • altijd een bijnaam, nooit de eigen naam noemen
  • zogenaamd leuke opmerkingen maken over een klasgenoot
  • een klasgenoot voortdurend overal de schuld van geven
  • briefjes doorgeven
  • beledigen
  • opmerkingen maken over kleding
  • isoleren
  • buiten school opwachten, slaan of schoppen
  • op weg naar huis achterna rijden
  • naar het huis van het slachtoffer gaan
  • bezittingen afpakken
  • schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer

2.2 Wat is plagen?
Er is geen slachtoffer en dader; beide partijen zijn even sterk. Plagen kan de sociale weerstand van kinderen vergroten.
Vaak speelt humor een rol.

2.3 Wat is ruzie?
Ruzie gaat over een bepaalde zaak en niet om het beschadigen van een persoon. Een ruzie kan uitgepraat worden.
 

3. Betrokkenen

We weten dat pesten overal voorkomt. Binnen school hebben we meestal te maken met het pesten van kinderen door kinderen. Als een kind gepest wordt heb je te maken met 5 groepen:

  1. de gepeste
  2. de pester
  3. de omstanders (meelopers, toekijkers)
  4. de leerkracht
  5. de ouders


Pesten is een groepsprobleem waarmee alle bovenstaanden geconfronteerd worden. Hulp dient aan alle groepen gegeven te worden.
 

4. Maatregelen

Op de Schakel hanteren we de volgende maatregelen:

Preventieve maatregelen

We werken wat pesten betreft allereerst preventief. We bespreken indien nodig op elk gewenst moment de schoolregels. Regels die gelden op het schoolplein, in de gangen en binnen de groepen. Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels. Dit zijn de groepsregels.
Alle leerkrachten hebben de Kanjertraining gevolgd. Deze training heeft leerkrachten veel geleerd over groepsprocessen: actief omgaan met het gedrag van de gepeste, de pester en de meelopers. Uiteindelijk doel van de training; een sfeer van vertrouwen, veiligheid, rust en wederzijds respect op onze school.
In elke groep hangen de 5 basisregels van school (= de kanjerafspraken):

  • We vertrouwen elkaar
  • We helpen elkaar
  • Niemand speelt de baas
  • Niemand lacht uit
  • Niemand doet zielig

De leerkrachten van alle groepen geven
Kanjertraining aan de kinderen. Wij voorkomen
daardoor veel pestgedrag. Wanneer er toch nog
gepest wordt, volgen wij een vast stappenplan: het
pestprotocol.
 

Melden van pesten:

Regel A:
Een belangrijke stelregel is, dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf groep 1 brengen we dit kinderen al bij:
> je mag niet klikken, maar……..
als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet uit, dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.

Regel B:
Een tweede stelregel is, dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het
pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle kinderen zijn immers verantwoordelijk
voor een goede sfeer in de groep.

Regel C:
Samenwerking met ouders:
School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg, dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is niet de bedoeling, dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind te komen oplossen en in discussie te gaan met de pester en zijn/haar ouders. Dat kan de problemen onnodig verergeren. Bij problemen van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid nemen en indien nodig overleg voeren met de betrokken ouders. De inbreng van de ouders moet vooral zijn: het melden van pesten, het aanreiken van informatie, het geven van suggesties en het ondersteunen van de aanpak van school.
Zowel schoolregels als groepsregels worden besproken in de klas en desgewenst zichtbaar opgehangen.

 

5. Aanpak van ruzies en pestgedrag in vier stappen:

 

Wanneer kinderen ruzie hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:
 
Stap 1:
 
Er eerst zelf (en samen) uit te komen. Want bij ons op de Schakel leren de kinderen ook in de Kanjertraining, hoe je ruzies op kunt lossen.
 
Stap 2:
 
 
Op het moment dat een van de kinderen er niet uitkomt, vertelt hij/zij het probleem aan de juf of meester. Want een ruzie of ‘pestprobleem’ moet voor iedereen naar tevredenheid worden opgelost.
 
Stap 3:
 
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en nieuwe afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen/ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (zie bij consequenties).
 
Stap 4:
 
Bij herhaaldelijke ruzie/pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met het kind dat pest/ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking (zie bij consequenties).
Ook wordt de naam van de ruziemaker/pester in de groepsmap genoteerd. Bij iedere melding in de map omschrijft de leerkracht ‘de toedracht’. Bij de derde melding in de map worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie/pestgedrag.
Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een
bevredigende oplossing.
 
De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleid de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen
 

 
6. Consequenties

                           

 

De leerkracht heeft het idee, dat er wellicht sprake is van pesten:
 
In een dergelijk geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs deze weg bij het probleem in de klas te komen.
 
De leerkracht ziet dat een kind wordt gepest (of de gepeste, of medeleerlingen, of ouder komen het melden) en vervolgens leveren stap 1 t/m 4 geen positief resultaat op voor de gepeste
 
 
 
De leerkracht neemt duidelijk een stelling in. De straf is opgebouwd in 4 fases; afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met zijn/haar pestgedrag en geen verbetering toont in zijn/haar gedrag.
 
Fase 1:
>   een of meerdere pauzes binnen blijven
>   nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn
>   een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem
>   door gesprek: bewustwording voor wat hij/zij met het gepeste kind uithaalt
>   afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het eind van iedere week (voor een periode)  in een kort gesprek aan de orde
 
Een gesprek met de ouders over bovenstaande acties. De medewerking van de ouders
wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft
alle activiteiten vastgelegd in de groepsmap en de school heeft al het mogelijke gedaan
om een einde te maken aan het pestprobleem.
 
Fase 2:
Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.
 
Fase 3:
Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een kind in een andere groep te plaatsen, binnen de school. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden.
 
Fase 4:
In extreme gevallen wordt een kind geschorst of verwijderd.

 

Doel van het pestprotocol

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.
Door regels en afspraken zichtbaar te maken, kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.

Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!

Leerkrachten en ouders uit de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit
‘pestprotocol’.

 

 


  

Bijlage 1: begeleiding gepest kind en pester

Begeleiding van het gepeste kind:

 

  • Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt gepest.
  • Nagaan hoe het kind reageert, wat doet hij/zij voor, tijdens en na het pesten.
  • Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken
            Het kind in laten zien, dat je op een andere manier kunt reageren.
  • Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld, je niet afzonderen.
  • Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.
  • Sterke kanten van het kind benadrukken.
  • Belonen (schouderklopje) als het kind zich anders/beter opstelt.
  • Praten met de ouders van het gepeste kind en de ouders van de pester(s).
  • Het gepeste kind niet overbeschermen, bijvoorbeeld naar school brengen
      of “ik zal het de pesters wel eens vertellen”. Hiermee plaats je het gepeste kind juist
      in een uitzonderingspositie, waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

 

Begeleiding van de pester:

 

  • Praten; zoeken naar de reden van het ruziemaken/pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen).
  • Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste.
  • Excuses aan laten bieden.
  • In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft.
  • Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest, belonen (schouderklopje) als het kind zich aan de regels houdt.
  • Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop- eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van tijger (= kanjer) gedrag aanleren.
  • Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten?
  • Zoeken naar een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.
  • Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen, Jeugdgezondheidszorg; huisarts, GGD.

 

Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

- een problematische thuissituatie

- voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen)

- voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt

- voortdurend met elkaar de competitie aan gaan

- een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt

 

 

 

Bijlage 2; adviezen aan de ouders van onze school over pesten:
 
Ouders van gepeste kinderen:
 
Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind
Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat of op de sport, probeert u contact op te nemen met de leiders van de sportvereniging om het probleem bespreekbaar te maken
Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terugkomen
Pesten op school kunt u het beste met de leerkracht bespreken
Stimuleer uw kind om weerbaar te zijn (nee zeggen mag, letterlijk stevig in je schoen staan)
Steun uw kind in het idee, dat er een einde aan het pesten komt
 
 
Ouders van pesters:
 
Neem het probleem van uw kind serieus
Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden
Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen
Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet
Besteedt extra aandacht aan uw kind
Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind
Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat
 
 
Alle andere ouders:
 
Neem de ouders van het gepeste kind serieus
Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan
Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag
Geef zelf het goede voorbeeld
Leer uw kind voor anderen op te komen
Leer uw kind voor zichzelf op te komen